Stolberg
Lang geleden woonden rond Diepenlinchen de zogenaamde Quärrismännchen. Men zei dat ze tunnels in de rotsen hadden gegraven en daarin woonden, en zich alleen boven de grond vertoonden als dat nodig was. Ze leenden kook- en eetgerei van de mensen voor hun ondergrondse feesten, waarna ze het bliksemschoon geschrobd terugbrachten. Zelfs oud en verroest servies werd dan zo grondig schoongemaakt dat het er als nieuw uitzag. Maar wee degene die weigerde kook- en eetgerei uit te lenen: dan haalden de Quärrismännchen ’s nachts zelf wat ze nodig hadden en de volgende dag was al het servies in huis vuil of kapot en was er een grote puinhoop aangericht. Verder deden ze de mensen geen kwaad, maar waren ze ook niet bijzonder nuttig.
De mensen vermeden echter de woningen van de Quärrismännchen en hun omgeving. Toen de Quärrismännchen, die ook wel Römermännchen werden genoemd, waren vertrokken, nestelde zich daarna een boosaardig gespuis in de mijngangen, waardoor de straten onveilig werden en men zich genoodzaakt zag de ingangen van de mijngangen dicht te metselen en het gespuis te verdrijven.
Vroeger had deze vallei daarom een zeer slechte reputatie en niet ver hiervandaan torent een enorm kalksteenblok op, waarvan wordt gezegd: „daar liggen de Quärrismännchen begraven“ en dat de steen hun graf zou aangeven. Als kinderen daar vroeger het vee wilden hoeden, werd hen dat verboden, omdat het zelfs overdag griezelig was. Tegenwoordig is de rots een geregistreerd archeologisch monument en is hij door de steengroevebedrijvigheid gespaard gebleven en zo bewaard gebleven.
Achtergrond van de legende: Of de Quärrismännchen, als kern van de legende, een overblijfsel zijn van het geloof in de Romeinse Penaten (huisgeesten) of de herinnering aan de Romeinen zelf vertegenwoordigen, is onduidelijk. Het woord is afgeleid van „Querge“ = dwergen. Wat zeker is, is dat de herinnering aan de Romeinse mijnbouw in de legende verankerd is.
Dat de antieke mijnbouw in het dal van de Diepenlinchenbach plaatsvond, wordt zelfs op oude kaarten aangegeven met de vermelding „alte Römerseifen“. Beginnend bij de „Gunsenbruch“ strekt de antieke mijnbouw zich uit tot aan de verder stroomafwaarts gelegen ertsgroeve „Römerfeld“. De Quärrismännchenstein markeert het centrum van dit gebied en heeft, samen met zijn opvallende vorm, wellicht aanleiding gegeven tot deze sage.
(Tekst: Jens Mieckley naar Heinrich Hoffmann; Bron: Zur Volkskunde des Jülicher Landes, 1914)
Deze route is ontwikkeld in het kader van het door LEADER gesubsidieerde project ‘Kwaliteitsoffensief Wandelen in Roetgen en Stolberg’, met steun van de Europese Unie (ELER) en de deelstaat Noordrijn-Westfalen.
Montanhistorischer Rundweg
52224 Stolberg