Albertsgrube

Stolberg

Vandaag geopend

Ertswasser, Ertsverwerking en Afvalberg

In dit gebied bevond zich de ertsverwerking en de afvalberg van het oorspronkelijke deel van de Albertsgrube (gangen I-VIl en het ijzerertschacht). De slangachtige
verlenging in het zuidoosten vertegenwoordigt het concessiegebied van de mijn Tevredenheid uit 1829. Beide mijnen werden in 1847 samengevoegd tot de Albertsgrube.

Van de in 1853 opgerichte verwerking zijn nog de 4 bezinkbassins bewaard gebleven. Aangezien de scheiding van het erts van neutraal gesteente door middel van dichtheidscheiding niet bijzonder effectief was, bleven er nog steeds significante resten van het erts in het afval achter. Dit verklaart waarom de afvalberg niet, of slechts door galmeifloren en andere zwaarmetalltolerante planten, is begroeid.

Aangezien onder andere ook pijnbomen en berken zwaarmetalltolerant zijn, dreigt er een bebossing van de afvalberg en daarmee het verdwijnen van de galmeifloren. Anders dan in het gebied Tevredenheid en Diepenlinchen, zijn hier lood(II)sulfide (galeniet) en ijzersulfide (pyriet/markasit) aanwezig. Het benodigde water voor de dichtheidscheiding werd bergop in nog steeds bestaande vijvers verzameld en na klaring naar de slibkuilen en bezinkbassins in de bronbeek afgevoerd. Zo bleef de vervuiling van het water door slib binnen de perken.

Het geproduceerde slib werd eveneens op de afvalberg gestort. Tot op de dag van vandaag is de beekbedding van de bronbeek roestrood van kleur, wat echter niets met de ertsverwerking te maken heeft, maar het resultaat is van het uitspoelen van ijzeroxide uit de tunnels en schachten van de mijn. Verwerking door middel van dichtheidscheiding (zwaartekrachtsscheiding).

Verwerking door middel van dichtheidscheiding (zwaartekrachtsscheiding): De gewonnen erten vertonen voldoende grote gewichtverschillen ten opzichte van het onbenutte gesteente, zodat een scheiding op basis van specifiek gewicht mogelijk is. Hiertoe wordt het erts vergruisd (in de stampwerk), om vervolgens via licht hellende, trillende werkplaten (stoten of schudbedden) te worden geleid. Dit schudden gebeurt onder een zwakke waterstroom, zodat het lichtere onbenutte gesteente meespoelt en het zwaardere erts achterblijft.

(Tekst: Jens Mieckley)


Impressies

  • Twee wandelaars lopen langs een pad in een bosgebied. Aan de zijkant stroomt een kleine beek tussen de bomen.
  • Twee wandelaars lopen langs een pad in een bosgebied. Aan de zijkant stroomt een kleine beek tussen de bomen.

Contact